Hoewel we in elke periode van het jaar kunnen last hebben van een verkoudheid en hoewel verkoudheid wordt veroorzaakt door een reeks goedaardige virussen, geldt dit niet voor griep. Griep (of influenza) heeft immers een meer seizoensgebonden karakter en de virussen die griep veroorzaken, lijken veel agressiever te zijn, in het bijzonder bij bepaalde categorieën van personen.  

Griep is zeer besmettelijk en wordt overgedragen door microscopisch kleine druppeltjes die door een besmette persoon tegen een hoge snelheid worden verspreid door te hoesten of te niezen. De jaarlijkse griepepidemie start meestal in november en loopt tot februari-maart met min of meer belangrijke pieken. De Wereld Gezondheidsorganisatie (WGO) volgt permanent nauw de griepepidemieën in de wereld op en volgt van dichtbij de evolutie van de verschillende geïdentificeerde virale stammen die de gewoonte hebben om heel snel te muteren. Deze snelle en aanzienlijke mutaties van de griepvirussen maken het vandaag onmogelijk om tot een langdurige immunisatie te komen, zoals bijvoorbeeld bij kinkhoest of tetanus. Daarom wordt aan bepaalde personen die een groter risico vertonen, aangeraden om zich jaarlijks te laten inenten. 

Hoe weet je of je een verkoudheid of griep hebt?

Een verkoudheid begint vaak met een verstopte neus of een loopneus en gaat samen met hoofdpijn die over het algemeen wordt veroorzaakt door neusverstopping. Je voelt je zwakjes, moe, koortsig, maar deze symptomen zijn niet zo sterk. Je kan je een tiental dagen wat slapjes voelen maar zelfs al doe je niets om de symptomen te verminderen, je geneest spontaan. 10 dagen is min of meer de levensduur van een verkoudheidsvirus in het lichaam. Je kan 10 à 12 keer per jaar een verkoudheid krijgen, want er zijn heel wat verkoudheidsvirussen en ze zijn zeer actief, vooral wanneer het koud en vochtig is.

Griep is veel agressiever, zelfs al zijn de symptomen dezelfde als die van een verkoudheid. De brutale malaise die wordt veroorzaakt door griep, houdt je binnen enkele uren en voor een paar dagen in bed. Je hebt hoofdpijn, intense spierpijn, je bent doodmoe; de koorts is hoog; je voelt je afgemat en bijzonder zwak. De symptomen van griep duiken veel plotser op en zijn veel intenser dan die van een verkoudheid. Griep krijg je maar één keer per jaar, want je krijgt een relatieve immuniteit, de virussen die griep kenmerken, zijn minder talrijk en hun mutatie is seizoensgebonden.

Welke zijn de behandelingen en wat kan je doen om de symptomen te verminderen?

Er bestaat geen enkele behandeling tegen de virussen die aan de grondslag van een verkoudheid liggen. Ze zijn goedaardig, de gevolgen zijn dat ook. De behandeling pakt voornamelijk de symptomen aan door inname van pijnstillers en koortswerende geneesmiddelen indien nodig, druppels en reinigingsoplossingen voor de neus voor meer comfort en een betere algemene conditie noodzakelijk voor de uitvoering van de dagelijkse activiteiten.

Er bestaan sinds meerdere jaren orale antivirale geneesmiddelen tegen griep. Opdat deze doeltreffend zouden zijn, moeten ze worden ingenomen binnen een periode van 48 uur na het opduiken van de eerste symptomen. Indien ze laattijdig worden ingenomen, kunnen ze de symptomen beperken maar zullen ze minder doeltreffend zijn om het virus af te remmen. Naast deze behandeling die moet worden voorgeschreven door uw arts, is het aangeraden om thuis te blijven om je omgeving niet te besmetten en zoveel mogelijk te rusten tot wanneer je je beter voelt. Het is ook goed de symptomen te behandelen, zoals voor een verkoudheid, om je algemene conditie te verbeteren tijdens de herstelperiode.

Welke personen dreigen het meest te lijden onder de gevolgen van griep?

Voor bepaalde zogenaamde risicopersonen wordt zelfmedicatie sterk afgeraden. Zij hebben er baat bij hun huisarts te raadplegen om zich eventueel te laten inenten tegen de seizoensgriep. 

De Hoge Gezondheidsraad beveelt bepaalde bevolkingsgroepen sterk aan zich te laten inenten:

  • personen die complicaties zouden kunnen ontwikkelen, meer bepaald:
    • zwangere vrouwen in het tweede en derde semester van hun zwangerschap
    • elke patiënt ouder dan 6 maand die lijdt aan diabetes, chronische aandoeningen van de longen, het hart, de lever, de nieren of de spieren. Personen met een beperkte natuurlijke of geïnduceerde weerstand.
    • 65-plussers
    • personen die in een ziekenhuis of woonzorgcentrum verblijven.
    • kinderen van 6 maand tot 18 jaar die over een lange termijn worden behandeld met aspirine.
  • personen die dreigen besmet te worden en die hun omgeving dreigen te besmetten, meer bepaald:
    • het personeel actief in de gezondheidszorg
    • personen die onder hetzelfde dak leven als de betrokken personen van de eerste groep of die leven bij kinderen van minder dan 6 maand.

De Hoge Gezondheidsraad geeft ook aan dat het vaccin voordelig kan zijn voor 50-plussers, vooral als het gaat om rokers, personen die grote hoeveelheden alcohol drinken of personen met een aanzienlijk overgewicht.