Van biologisch geneesmiddel ...

Hoewel de meeste geneesmiddelen gemaakt worden van chemicaliën, zijn er ook die afkomstig zijn van levende organismen of biologisch materiaal. Vandaar dus de naam ... biologische geneesmiddelen. Met behulp van biotechnologie kunnen levende cellen gemodificeerd worden zodat die in staat zijn om de werkzame stof van een biologisch geneesmiddel aan te maken. Die werkzame stoffen zijn meestal complexer en groter dan die in klassieke geneesmiddelen.

Insuline, gebruikt door diabetici, en somatotropine, het groeihormoon dat men toedient aan kinderen met een groeiachterstand, zijn twee goed gekende voorbeelden van biologische geneesmiddelen. Monoklonale antilichamen, die onder andere worden ingezet om auto-immuunziekten en verschillende vormen van kanker te behandelen, vormen een andere belangrijke categorie van biologische geneesmiddelen en zijn makkelijk te herkennen aan hun niet-commerciële benaming, die steeds eindigt op ‘mab’.

... tot biosimilar

Wanneer het patent van zo’n biologisch geneesmiddel is verlopen, mogen andere farmaceutische bedrijven hun versie van hetzelfde geneesmiddel op de markt brengen. Dat principe is dus identiek hetzelfde als bij generische geneesmiddelen. Maar aangezien biologische geneesmiddelen complexe werkzame stoffen bevatten die zijn aangemaakt door levende cellen, is het niet mogelijk om ze exact te kopiëren. Daarom spreekt men dus van een biosimilar: het product lijkt erg sterk op het oorspronkelijke geneesmiddel, maar verschilt er ook een klein beetje van. Dat verschil moet evenwel miniem blijven om te garanderen dat de middelen op dezelfde manier werken.

De biosimilar en het referentiegeneesmiddel zijn te vergelijken met bladeren aan een boom: ze zien er hetzelfde uit en hebben hetzelfde doel, maar onder de microscoop is er een klein verschil te zien doordat ze op biologische processen gebaseerd zijn. Biosimilars ondergaan echter een intensieve wetenschappelijke evaluatie voordat ze op de markt worden toegelaten, om te garanderen dat ze, ondanks die kleine verschillen, naar verwachting net zo veilig en effectief zijn als het referentiegeneesmiddel.

De bovenstaande alinea komt uit een brochure die de Europese Commissie uitbracht om patiënten te informeren die vragen hebben over biosimilars. Om die brochure te raadplegen en/of te downloaden, kan je hieronder gewoon klikken op haar omslag. Je kan ook de informatieve video over biosimilars van het Europees Geneesmiddelenbureau bekijken.